Zutphen, al 1.700 jaar bewoond

Zutphen is een van de oudste steden van Nederland. Al rond het jaar 300 streek een groep Chamaven, een Frankische stam, neer op een rivierduin nabij de rivier de Berkel. Zij waren niet de eerste bewoners in deze streek, maar sinds die tijd is er altijd bewoning geweest in wat later de plaats Zutphen zou worden. Daarmee is Zutphen bijna 500 jaar ouder dan bijvoorbeeld Deventer, toch ook een oude stad.
De naam ‘Zutphen’ wordt voor het eerst rond het jaar 1.000 vermeld. Deze is afgeleid van Zuid-fenne of Sutfenne, het moerassige gebied aan de zuidrand van het rivierduin langs de oever van de Berkel (‘ven’ = moeras). Met dat moeras werd het Polsbroek bedoeld, nu een groot winkel- en parkeerterrein aan de rand van het oude centrum.

Berkel

Overigens bestond in die tijd de IJssel nog niet. De Berkel stroomde in een oud Rijndal in zuidelijke richting. In 882, de Rijn was nu wel in noordelijke richting doorgebroken, plunderden de Vikingen de kleine Frankische nederzetting. Het bijzondere daarvan is dat daar ook concrete sporen van zijn teruggevonden. Bij de opgravingen voor het nieuwe stadhuis werden rond de laatste millenniumwissel een vrouw en twee kinderen gevonden: door zwaardslagen vermoord en onbegraven weggeworpen in de restanten van hun hutten. Na die aanval werd de nederzetting opnieuw opgebouwd, maar nu met een ringwalburcht, een gracht en palenrijen ter verdediging. In het midden werd een houten hof gebouwd, de residentie van de Graven van Hamaland.
Wie de kaart van het centrum bestudeert, herkent nog steeds het ronde patroon in straten en marktpleinen. Het huidige langgerekte, halfronde marktplein ontstond toen de ringwal werd vervangen door een stadsmuur. Die stadsmuur werd iets noordelijker aangelegd, waardoor ook een tweede hof werd ingesloten, het latere Dominicanenklooster met de bijbehorende Broederenkerk, nu de openbare bibliotheek.
Lange tijd bestond Zutphen uit drie aaneengesloten, maar apart ommuurde gedeelten: het oude centrum, de Nieuwstad en de Spittaalstad. Waar de huizen in oorsprong van hout waren, werden deze in de 12e en 13e eeuw vervangen door stenen. In het oude centrum van Zutphen zijn nog tientallen panden met een bouwhistorie die tot die tijd teruggaat, al zijn de meeste voorgevels van na die tijd. In de 11e eeuw ontwikkelde Zutphen zich tot een belangrijk administratief centrum.

Hanzestad

Zutphen was lange tijd de residentie van de Graafschap Zutphen, door inhuwelijking verbonden met het Graafschap Gelre. Zutphen was in de Middeleeuwen bovendien zeer actief in de Rijnhandel op Keulen en in de Hanze.
Vooral in de 14e eeuw bloeide de economie. Aan het eind van de 15e eeuw zakte de handel om verschillende redenen in, onder meer omdat de IJssel verzandde. De 16 en 17e eeuw bezorgden Zutphen vooral armoe en narigheid.
Geen enkele oorlog ging het plaatsje voorbij en elke keer werd er zware strijd geleverd. Pas in de 18e eeuw keerde de rust weer. Zutphen heeft nu veel meer een regionale functie, met – tot op de dag van vandaag – een belangrijke rol als centrum van de rechtspraak.
Zutphen ontwikkelde zich pas laat tot een industrieel centrum. Nu ook dat voor een belangrijk deel verleden tijd is, komt de werkgelegenheid vooral uit de zorgsector en de zakelijke dienstverlening. Vanwege de goede treinverbindingen werken ook veel Zutphenaren in Arnhem, Deventer of Apeldoorn. Wat rest is een eeuwenoud, gezellig centrum met maar liefst meer dan 900 monumenten en een prachtig achterland.